Nederlands Forum over Oude Radio´s
Onafhankelijk medium voor liefhebbers en verzamelaars van oude radio´s en gerelateerde zaken


 

 

Weerstanden


Overzicht

 

 

 


Xc= 1/(2 x pi x f x C), waarin Xc de wisselstroomweerstand is van C (in ohm)
pi = 3,14...
f = de frequentie in Hz, in dit geval 50 Hz
C = de waarde van de condensator, in Farad

Hieruit is condensator te berekenen. Als je berekend hebt wat de wisselstroomweerstand ervan moet zijn bij 50 Hz. Neem een condensator met voldoende hoog toelaatbare werkspanning. Het is ook aan te raden parallel aan de condensator een ontladingsweerstand te zetten van bijvoorbeeld 1 MOhm, zodat er na uittrekken van de stekker uit het stopcontact geen restlading op de stekkerpennen blijft staan. 

Houd er wel rekening mee dat de spanning over de condensator niet het verschil is van de netspanning min de spanning over de gloeidraden, dit i.v.m. de fasedraaiing die optreedt. Je moet de stelling van pythagoras als volgt toepassen: (U net)^2 = (U gloeidraden)^2 + (U c)^2.

Zie ook op internet de site van Gerard's Radio Corner, op de ACDC-pagina. Onderaan een staat een link naar CapCalc, een kleine Excel sheet die de berekening uitvoert. 

Henk van den Broek, Ren Engels, Gerard Tel


Oude weerstanden: hier werd de Amerikaanse codering gehanteerd. Daarbij was de kleur van de hele weerstand kleur A, die van de einden van de weerstand kleur B en die van de stip op het midden van de weerstand C. 

(foto: Etienne Drappier)

De waarde van bovenstaande weerstand is dus als volgt: als de weerstand rood is, het uiteinde zwart en de stip oranje, is hij 20.000 Ohm.

Jac Janssen

Moderne weerstanden kennen een ringencode. Hier gelden de zelfde kleurcodes als hierboven aangegeven. De laatste ring geeft de tolerantie weer. Goud is 5%, zilver 10% en geen (vierde) ring is tot 20%.

Een codeschema en verdere informatie is o.a. te vinden op de site van "Packet-Radio". Een handige, door Claud Wendrich ontworpen, omrekenaar voor kleurencodes staat op de site van Kees van Dijke

Verder is er een omrekenaar te vinden op de site van Okaphone. Tot zes gekleurde ringen en met selectie van de dichtbijzijnde waarde(n) uit de E-reeksen. E.e.a. in diverse talen.

Leo H.,Hans Marks

Welke weerstanden kan ik het beste gebruiken ter vervanging van onderstaande weerstanden (ik ga er even van uit dat dergelijke weerstanden niet meer te krijgen zijn).


(foto: Piet Blaas)

Op de weerstanden staat:

10k     E6-7  43301

750E    E5-47  01

150E    E5-47  01

70E     E8-45  01

Deze weerstanden waren vaak draadgewonden, omdat die veel nauwkeuriger gemaakt konden worden dan andere weerstanden en het verloop van de waarde in de tijd was veel geringer. Je zou tegenwoordig metaalfilmweerstanden kunnen nemen, die zijn verkrijgbaar in E12, E24 en E48 reeksen (zelfs E96). Ze komen dan heel dicht in de buurt van de originele weerstanden. Houd er rekening mee, dat over die (hoogohmige) weerstanden slechts een paar honderd volt mag staan. Voor de hoogste spanningsdelers, moet je dus meerdere weerstanden in serie zetten. 

De eerste E staat dus voor Ohm, de tweede E voor de tolerantie van 0,5%. Zie onderstaand overzicht.

(scan: Ed van der Weele)

Onderstaande weerstand (39KA) is dus 39 KOhm, met een tolerantie van 10%.

Henk Roovers, Ed van der Weele

(foto: Van De Voorde Marc)

Er staat M1 op de weerstand; of te wel 0M1 = 0,1 MOhm. Ofwel 100 KOhm. De weerstand is dus wat hoger geworden.

Otto Tuil, John Hupse

Zie onderstaande scan uit het Elektronisch Jaarboekje van Amroh/De Muiderkring.

Overdruk uit Elektronisch Jaarboekje van De Muiderking

(scan: Piet Blaas)

Piet Blaas

Hieronder een nomogram uit de zestiger jarenvan belastbaarheid van weerstanden in relatie tot de omgevingstemperatuur.

(afb.: Paul Verbeek)

Mathias Meijer


Het is niet abnormaal dat deze weerstand z warm wordt dat je 'm niet meer vast kunt houden. Het is ook niet abnormaal dat de bovenkant van dit soort U-toestelletjes behoorlijk warm worden. De kastjes zijn klein, terwijl het in de buizen verstookte gloeivermogen gelijk is aan dat van E-buizen in grotere radio's. Als je de radio op 110 volt zet en via een 220/110volt trafo aansluit is het in de weerstand verstookte vermogen aanzienlijk kleiner en dat scheelt ook in de warmte die aan het kastje afgedragen wordt. Helaas heeft een lagere spanning bij nettrafoloze U-toestellen ook een lagere anodespanning van de buizen tot gevolg, waardoor het toestel minder ontvangstgevoelig is en ook minder geluidsvolume kan produceren.

Henk van den Broek

Meet eventueel eens de spanning over die weerstand. Kwadrateer vervolgens die gemeten spanning en deel die door de resistiviteit (waarde) van die weerstand. Nu heb je het vermogen dat die weerstand moet dissiperen (verwerken) berekend. Als je uitkomst groter is dan die 10 Watt die je opgaf kun je eventueel een weerstand met een groter vermogen nemen (maar dan is je radio niet 100 procent origineel meer natuurlijk).

Patrick Meersman


Het spoeleffect, hoewel in veel mindere mate, heeft een koolfilm- of metaalfilmweerstand ook. Deze bestaan namelijk uit een keramisch buisje met daarop een laagje kool of metaal. Vervolgens wordt er een spiraalvormig "trimspoor" in gegraveerd. Op deze wijze wordt de weerstand tijdens fabricage op de goede waarde "getrimd". Uiteindelijk vormt de weerstandsfilm dus ook een spiraal, en heeft dus een inductiviteit. Maar deze is dus klein t.o.v. een draadgewonden weerstand.

Voor wat betreft de inductiviteit van koolfilm- en metaalfilmweerstanden zul je in radio's niet snel problemen ondervinden. Met draadgewonden weerstanden zou ik wel uitkijken als ze in de signaalweg zitten. Maar experimenteren kan wat dat betreft geen kwaad.

De beruchte "massaweerstanden" (zie foto),  (berucht, omdat vooral de hogere waarden nogal makkelijk verlopen), hebben wel als eigenschap dat ze niet inductief zijn, omdat ze bestaan uit een staafje geperste koolstof gemengd met een isolator. Hoe groter de dichtheid van de koolstof, hoe lager de weerstandswaarde.

Henk van den Broek

De normale weerstanden van dit type zijn 1/2 Watt. Behalve het wattage is ook de maximaal toelaatbare spanning van belang, gebruik bij vervanging daarom liever altijd weerstanden van minstens 1/2 Watt in schakelingen met buizen.

John Hupse

(foto: Henk van den Broek)


Er is helaas geen "moderne" NTC weerstand voor. Je kunt hier een weerstand van 180 ohm/2 Watt als vervanging gebruiken. Het verschil met de NTC weerstand is dat nu tijdens het opwarmen van de buizen het lampje wat zachter brandt.

John Hupse

  • Philips BX281Y; De hier getoonde begrenzingweerstand van het gloei circuit is wat van een afwijkende vorm.
    Ik neem aan dat de zwarte steen geklemd tussen de 2 veren de eigenlijke weerstand is? Ik meet op geen enkel punt van deze weerstand een waarde. Je zou toch aannemen dat er iets gemeten moet kunnen worden. In het witte staafje zit geen draad dus moet het zwarte deel de weerstand zijn. Na schuren van de veren (roest) en kopse zijde van de steen hielp het niet de weerstand te restaureren.

(foto: Maurice)


In mijn Waldorp 46A (met Philips 209U chassis) uit 1946 zat ook zo'n ding, met hetzelfde probleem. Het is een NTC weerstand, levensduur is dus ongeveer 50 jaar. Ik heb 'm door een "gewone" NTC kunnen vervangen, had er nog een liggen.

John Hupse

Het schema vermeldt: R30 moet 170 Ohm in neutrale toestand, dat is dus bij een graadje of 20.

Dominic

Dat geldt voor de nieuwere NTC's die gebruikt worden in transistor schakelingen, daarvan is de weerstand inderdaad gespecificeerd bij 25 C. Voor de "hete" NTC's geldt de weerstand bij werktemperatuur. Deze worden flink heet (zo'n 120 C, je brandt je vingers er in elk geval aan, niet uitproberen, je krijgt ook nog eens een elektrische schok dwars door de blaar heen). De weerstand van een geschikt type is bij 25 C ongeveer 3.000 ohm, het Elonco typenummer in 1965 was 100 102, de afmetingen zijn 36x9 mm.

John Hupse


Bij weerstanden is het niet echt nodig deze aan een zijde los te koppelen als het om een "zoek de foute weestand"-test gaat. Tenzij er een zeer gevoelige schakeling achter zit. Wel kan het bij het overbruggen van weerstanden gebeuren dat de oorspronkelijke weerstand defect lijkt, bijvoorbeeld doordat het toestel ineens harder gaat spelen, maar dat achteraf blijkt dat je de potmeter voor de volumeregeling bijvoorbeeld hebt zitten omzeilen, door de weerstandswaarde te halveren. Wel blijven opletten waar je mee bezig bent dus.

Ben Dijkman


  • Ik heb in mijn TV een weerstand nagemeten, i.p.v. 2k7 is hij oneindig! Vervangen door een ander van 2k7 maar het mocht niet baten. Op de oorspronkelijke weerstand staat een code die ik niet snap: VD 9011 28. Is dit een speciaal soort?

Dit is een VDR (Voltage Dependant Resistor) ofwel een spanningsafhankelijke weerstand. Deze kun je niet zomaar door een standaard weerstand vervangen. Dat je geen 2,7 K meet hoeft nog niet te betekenen dat hij kapot is. De VDR weerstand meet zeer hoogohmig bij een lage spanning. Bij een bepaalde spanning (meestal een paar honderd volt, afhankelijk van het type) wordt de weerstand laag. 

(foto: Erwin)

Je zou het zo kunnen zeggen: bij een bepaalde spanning "slaat de weerstand door". VDR's worden meestal gebruikt voor het beschermen van onderdelen tegen te hoge spanningen.

Henk van den Broek, Jan Bus, John Hupse


"Temco" betekent hier temperatuur cofficint, dus wat Philips meestal een NTC weerstand noemt.
Deze beperkt de aanloopstroom door de gelijkrichtbuis. Als je 'm vervangt door een gewone weerstand van 220 ohm dan heb je een 2 of 3 Watt type nodig. Dit geeft verder geen problemen.
De precieze weerstandswaarde van een NTC weerstand blijft natuurlijk een lastig iets, maar 220 Ohm in warme toestand klopt prima. Het ligt in elk geval boven de minimale serieweerstand voor een UY41 gelijkrichter (210 ohm bij 250 Volt).

In Duitstalige Philips docs worden NTC weerstanden meestal aangeduid met "Tempco", lijkt erg op wat ERRES er van maakte (R30 in het voorbeeld hierboven is de NTC weerstand die in serie staat met de gloeidraden van de BX190U).

John Hupse

(scan: John Hupse)

Een temperatuursgevoelige weerstand wordt ook wel een brimistor genoemd. In b.v. Vox versterkers met siliciumgelijkrichters staat deze tussen de gelijkrichter en eerste bufferelco. Het doel is om bij grotere stroomafname een grotere weerstand te hebben, zodat de spanning nog wat zakt (vergelijkbaar met de inwendige weerstand van buisgelijkrichters). De versterker raakt dan nog vlugger overstuurd en benadrukt zo nog meer de 'gitaarsound' van deze versterkers.

Paul Liekens


(foto: Gidi Verheijen)

  • De weerstanden op bijgaande foto zitten in een radio uit 1932 en zijn een factor drie tot vier in waarde opgelopen. Op sommige plaatsen in een schakeling is dat geen ramp, maar op andere plaatsen verhindert dat de (goede) werking van de schakeling. Ik sta voor de keus om het zo te laten of de weerstanden in de glazen buisjes te vervangen door een correcte waarde. Ik ken de andere oplossingen, zoals een andere, nieuwe weerstand parallel schakelen, maar ik opteer voor het vervangen. Dit op voorwaarde dat ik de buisjes los kan maken van de eindkapjes waar ze ingelijmd zitten. De weerstanden zitten aan de eindkapjes gesoldeerd, dus dat deel is geen groot probleem. Ik heb diverse oplosmiddelen geprobeerd (spiritus, aceton, ethylacetaat, chloroform, ....), maar het is me nog niet gelukt de lijmverbinding los te krijgen. 

Neem een kleine gassoldeerpen daar komt een mooie kleine scherpe vlam uit. Koper verhitten en dan komt deze los. Oefen eerst op een paar glaszekeringen. Verder kun je ook proberen de eindhulzen te verwarmen met een fhn of elektrische verfafbrander. Veel lijmsoorten worden zacht als ze worden verwarmd. Ik was toevallig deze week bezig met het solderen aan een glaszekering en toen kwam het kapje los van het glazen buisje.

Maurice, Ed van der Weele,Arie Schets

(foto: Matthias Meijer)

0,5 Watt is de beste keus. Vroeger was 0,25W geen optie al zou het soms wel kunnen. Ik heb ongebruikte originele weerstanden en zelfs die lopen buiten hun tolerantie. Dus even de meter er op i.p.v. kleurcode bekijken.

Arjen v. S.

De weerstand op de foto is een z.g. composietweerstand van 0,25 Watt van het merk Vitrohm. In de vijftiger jaren gebruikte Philips veel weerstanden van dit fabrikaat in z'n toestellen. Na korte tijd hadden deze weerstanden een groot verloop naar een hogere weerstand. Om de verlopen weerstanden te vervangen door weer composiet weerstanden is niet erg verstandig. Dan zit je over een paar jaar weer met hetzelfde probleem.

Thijs Bouma

Deze koolmassa weerstanden staan erom bekend dat ze gigantisch verlopen, zeker op plekken waar ze warm worden of er hoge spanning over staat. De meeste verlopen naar hogere weerstand trouwens, lager heb ik nog niet vaak meegemaakt. Je kunt voor de zekerheid beter 0,5 Watt exemplaren nemen. Die komen ook fysiek wat dichter in de buurt qua maat. Metaalfilm weerstanden zijn prima, de kwaliteit is zeer veel beter dan van de oude koolmassa weerstanden. Wel jammer van de looks... (vind het altijd wel wat hebben zo met die brede gekleurde banen erop).

Wouter Nieuwlaat

 
Laatst kreeg ik een bak met oude weerstanden. Sommige nieuw, andere gebruikt.
Ik heb ze gesorteerd op de verschillende waarden. En omdat soms de kleur van de ringen niet helemaal duidelijk was - is het oranje, bruin of toch rood of misschien geel? - heb ik regelmatig de ohmmeter moeten gebruiken.


Dat was schrikken! Zelfs ongebruikte weerstanden vertoonden in sommige gevallen afwijkingen van 50% of meer . . . . . . .

Daarom een tip: ga bij oude weerstanden niet alleen af op de kleurcode maar controleer met een ohmmeter. Het kan veel speurwerk bij een reparatie besparen.

Ed van der Weele

 

(foto: Ed van der Weele)



(foto: Piet Blaas)

In het Philips Elonco boekje uit 1965 staan wat gegevens over de meest voorkomende weerstanden uit de R12 reeks:

 
7 x 1,6 mm:............................ 0,1  W
9 x 2,5 mm:........................... 1/8 W
13 x 3,7 mm:......................... 1/4 W
20 x 5,2 mm:........................ 1/2 W
28 x 6,8 mm:........................ 1    W

De wattages gelden voor 70 C omgevingstemperatuur. Bij 40 C mag de belasting worden verdubbeld (dus Watt wordt dan Watt), behalve bij de 1 Watt uitvoering, deze wordt dan maximaal 1,5 Watt.

Hugo Sneyers, Wouter Nieuwlaat, John Hupse


De techniek van de SBR toestellen uit die tijd is Amerikaans. En dus eigenlijk bedoeld voor 117 Volt netspanning. Om het toestel geschikt te maken voor b.v. 220 Volt plaatste SBR een voorschakelweerstand op het chassis die zo'n 50 tot 60 Watt verbruikt en kokend heet wordt. Dat is op een kille winteravond toch wel aangenaam. Voor in de zomer kan je eventueel het toestel instellen op 110 Volt, en een verhuistransformator tussenschakelen die de 230 Volt uit het stopcontact omzet in 110 Volt. Dit spaart niet alleen elektriciteit, maar voorkomt ook dat die weerstand zo heet wordt. 

Dat het hierbij alleen om kostenbesparing (geen nettrafo e.d.) zou gaan, klopt niet helemaal. Na 1950 misschien, maar voor de oorlog waren de U(niverseel) toestellen soms duurder dan de wisselstroom toestellen. Bij SBR waren de prijzen van de U en A versie van een toestel meestal gelijk. De echte reden is dat deze U toestellen zowel op gelijkstroom- als op wisselstroomnetten konden spelen. Er zit dan wel geen nettrafo in deze SBR637U, maar daar voor in de plaats komen duurdere buizen (de twee 300 mA eindbuizen en de 300 mA indirect verhitte gelijkrichter), grotere afvlakcondensatoren, een extra 60 Watt weerstand en een extra netfilter met dubbele luchtspoel.

De Philips oplossing uit die tijd, met een mechanische triller en een nettrafo is technisch gezien wat eleganter, maar een draadweerstand is toch wel een zeer betrouwbaar onderdeel vergeleken met een triller.

John Hupse



  • Daarstraks kwam ik dit onderdeel tegen in een oude Barco-radio ... omdat ik het nooit eerder tegengekomen ben heb ik er maar een foto van gemaakt. Het ziet eruit alsof het een ceramische condensator is waarin een weerstand zit maar het is net andersom .... de aansluitingen van het "buisje" is de weerstand (47K) en de 2 overige aansluitingen meten gewoon 0 ohm .... met de capaciteitsmeter meet ik 200 Pf tussen de weerstand en de binnenste geleider dus veronderstel ik dat het eigenlijk een klein Pi- netwerkje is van een weerstand van 47 K met aan beide zijde een C van 100 Pf. Het zit tussen de detectie en LF-trap.

 

(foto's: Hugo Sneyers)

 

Dergelijk iets zit ook in de Philips B1X67U. Het zou een diodefilter kunnen zijn. Een dergelijke combinatie van een weerstand van 47k en twee condensators van 100pF wordt geschakeld tussen de AM-detector en de LF-versterker om te voorkomen dat HF-signalen in de LF-versterker terecht komen. Amroh heeft een dergelijke combinatie eind jaren '50 op de markt gebracht onder het typenr. DF1.

Maurice Hamm, Jan Bus

 

(scan: Maurice Hamm)


Zie onderstaand overzicht:

(scan: Otto Tuil)


Otto Tuil


Terug naar de inhoudsopgave


(04-03-2011 )